© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat oktober 2014


Een paar jaar na de stichting van de Visitatie in Annecy komt er vanuit Lyon het verzoek om ook in die stad een klooster te stichten. Uiteindelijk betekent dat het vertrek van een aantal zusters uit Annecy; zij zullen de nieuwe stichting begeleiden. Een hele gebeurtenis voor de hechte gemeenschap van ingetreden vrouwen in Annecy. Uit hun midden zullen ze medezusters moeten gaan missen. In zijn Conferentie spreekt Franciscus van Sales openhartig en eerlijk over de dubbele gevoelens die spelen. Er is verdriet om het gemis en er is vreugde om de groei. Ook spreekt hij over de apostolische taak van de zusters, waarbij hij doel en missie van de Visitatie nog eens helder onder woorden brengt. Voor zowel de zusters die weggaan als de zusters die blijven zijn deze woorden vol betekenis en waarde. In wat Franciscus zegt over wat de zusters wél en niet mogen en kunnen doen, klinkt uiteraard door hoe er over vrouwen gedacht werd. Toch wijst hij er ook even op dat er in de bijbel vrouwen worden genoemd die preken:

Jullie, mijn meest dierbare kinderen, krijgen nu de opdracht om naar verschillende plaatsen te gaan en daar de mensen tot leven en zelfs tot overvloediger leven op te wekken. Jullie trekken er namelijk op uit om onze levenswijze, om ons streven naar volmaaktheid, bekender te maken. Dankzij die grotere bekendheid zullen meer zielen in beweging komen en aanvaarden wat wij hier aan regels en gebruiken beleven. Jullie gaan niet preken en jullie gaan geen sacramenten toedienen en jullie gaan geen zonden vergeven. Maar jullie gaan de mensen het leven zélf brengen, of om precies te zijn, jullie gaan dat brengen aan meisjes en vrouwen. Misschien zullen er wel veel vrouwen zijn die zich, naar jullie voorbeeld, bij onze levenswijze aansluiten. Als zij in de wereld gebleven waren zouden ze verloren zijn gegaan, nu zullen ze in de hemel voor eeuwig en altijd gelukkig zijn. Dankzij jullie krijgen ze het leven zelf, en zelfs een rijker leven, want het is volmaakter en God welgevalliger. Dat leven zal het haar mogelijk maken om zich nog inniger met God te verenigen, want van jullie kan ze leren om de ware en zuivere liefde Gods te verwerven. Dat is het rijke leven dat Onze Lieve Heer aan de mensen is komen brengen. Hij zegt: 'Ik kwam om vuur op aarde te brengen en wat zou ik graag willen dat het al brandt' (Lucas 12, 49). En weer ergens anders zegt Hij dat het vuur op zijn altaar altijd moet blijven branden en nooit gedoofd mag worden (Leviticus 6, 2). Hij wil dus van ons dat het vuur van zijn liefde altijd blijft branden op het altaar van ons hart. Wat een grote genade geeft God ons! Hij maakt apostelen van jullie, niet in waardigheid maar in bediening en verdienste. Jullie preken niet want dat is aan vrouwen niet toegestaan - ook al deden Magdalena en Martha dat wel. Jullie doen het door jullie levenswijze, en dat is net zo goed beoefening van een apostolisch ambt. Ga dus vol goede moed doen waartoe je geroepen bent, en doe het zonder zorgen."


Bekijk ook de foto van de maand