© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat juli/augustus 2014


Om zomerse redenen is er ditmaal één citaat, zij het extra lang, voor twee maanden. De rubriek 'foto van de maand' biedt niet één maar twee foto's, om dezelfde reden. Zoals dit jaar gebruikelijk, is het citaat afkomstig uit de Conferenties van Franciscus van Sales. Deze gesprekken hield hij met de zusters van de Visitatie. Daarom staat er een enkele keer 'zusters', waar natuurlijk ook 'en broeders' aan toegevoegd kan worden. In het citaat gaat het over de liefde tot God en de naaste. Eén van de meest bekende uitspraken van Franciscus van Sales luidt: De liefde heet twee armen: de ene omvat God en de andere de naaste. In deze tekst wordt dit thema opgepakt. Hoe meer hoe beter, lijkt de boodschap, maar toch kent ook de liefde grenzen en tussen deze grenzen in ligt het midden. De grenzen kunnen worden bewaakt door deze 'weg van het midden' te bewandelen, die begaanbaar wordt door het beoefenen van deugden. De ene deugd heet in het Frans bonne conversation, wat zoveel wil zeggen als 'prettig gesprek en omgang'. Voor Nederlanders passend vertaald als gezelligheid.

Je weet dat liefde in het hart woont. Weet ook dat je je naaste nooit teveel kan beminnen. Omdat de liefde in het hart zetelt, kunnen we bij de liefde niet gemakkelijk buiten de grenzen van de rede gaan. Wel kunnen we tekort schieten of te ver gaan in het uiten van onze liefde, als we de grenzen van de rede overschrijden. De heilige Bernardus zegt: 'De maat om God te beminnen is Hem zonder maat te beminnen'. Aan onze liefde moet geen grens zijn; laat de liefde haar takken uitspreiden, zover als maar kan. En wat over de liefde voor God gezegd wordt, moet ook uitgestrekt worden tot de liefde voor de naaste. Daarbij moet de liefde voor God wel de overhand houden en de eerste plaats innemen. Maar daarna moeten we met de hele uitgestrektheid van onze liefde onze zusters liefhebben. En dat moet niet alleen naar het gebod 'van je naaste zoals van jezelf', nee, we moeten ze méér beminnen dan onszelf. Dat vraagt de evangelische volmaaktheid van ons. Jezus heeft gezegd: 'Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die ik jullie heb toegedragen'. Steeds heeft hij ons voorgetrokken ten opzichte van zichzelf, en dat doet hij nu nog, als hij zich tot voedsel maakt voor ons in de Eucharistie. Van ons wil Hij, dat onze liefde voor elkaar ook zo is: dat we onze naaste altijd voorrang geven boven onszelf (…). Daarom moet onze liefde voor onze zusters hecht, hartelijk en innig zijn.
Deze hartelijke liefde moet samengaan met twee deugden. De ene deugd heet minzaamheid, de andere gezelligheid. De minzaamheid spreidt lieflijkheid uit over wat we doen en over de banden van de gemeenschap, die we zijn aangegaan. Dankzij de gezelligheid kunnen we prettig, aangenaam en ontspannen met elkaar omgaan. Je weet natuurlijk wel dat elke deugd twee bijbehorende ondeugden kent: een teveel en een te weinig. De minzaamheid is het midden tussen de twee ondeugden die we kennen als serieuze stroefheid enerzijds, en de neiging weekhartige woordjes en aanrakingen uit te delen anderzijds. De minzaamheid is het juiste midden tussen een teveel en een tekort. Bij liefkozingen houdt ze rekening met de behoefte van degene met wie ze te maken heeft. Zo blijft de waardigheid behouden. Soms moet je liefkozende woorden gebruiken, want het zou niet goed zijn om bij iemand die gezond is even serieus te zijn als bij iemand die ziek is. Overdadigheid is nooit goed. Het past niet om bij iedere gelegenheid handenvol honingzoete woordjes uit te strooien over ongeacht wie. Je kunt een lekker hapje verpesten door er teveel suiker op te strooien, en zo gaat het ook met liefkozingen: een teveel gaat tegenstaan. De waarde ervan neemt ook af; men weet dat het slechts een gewoonte is en niet meer dan dat. Maar teveel zout is ook niet goed, daar wordt alles scherp van. Alleen voedsel dat met mate gezoet en gezouten is, is smakelijk, en zo is het ook met liefkozingen. Ga je er matig en verstandig mee om, dan zijn ze kostbaar en dienstbaar voor degene die ze van je ontvangt.
De deugd van gezelligheid vraagt van je dat je deelt in elkaars blijdschap en je aandeel levert aan aangename gesprekken, die de ander troost en ontspanning kunnen geven. Probeer altijd te voorkomen dat je stug doet en bedrukt bent. Weiger niet om mee te doen aan de gezelligheid van anderen. Dan bezorg je iedereen een nare tijd (…). Het is heel moeilijk om het doel waarop je richt, altijd precies te treffen. Probeer dus altijd het midden van de deugd te bereiken. Blijf daarnaar verlangen en geef de moed niet op als het doel niet meteen bereikt wordt.”

Uit de Conferenties van Franciscus van Sales
Bekijk ook de foto van de maand