© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat december 2013


Er volgen een aantal rustige jaren voor Louis Brisson, nadat hij in Plancy is gaan wonen. Zijn congregaties zijn vitaal. Toch duurt de rust niet lang: in januari van het jaar 1908 wordt de openbare verkoop van alle bezittingen van de zusters Oblatinnen in Plancy afgekondigd. Dat houdt in dat ook het woonhuis van Louis Brisson verkocht zal worden. Als hij dit nieuws hoort, stort hij in. Vanuit zijn bed heeft hij goed zicht op het portret van de Goede Moeder, dat aan de wand tegenover hem hangt. Louis Brisson wordt liefdevol verzorgd door de paters en broeders Oblaten, en ook de zusters Oblatinnen wijken niet van zijn zijde. In de ochtend van 2 februari 1908 overlijdt hij, 90 jaar oud. Vier dagen later is zijn uitvaart:

De kathedraal was gevuld met een grote menigte, waaronder veel oud-leerlingen, vroegere arbeidsters, vrienden en kennissen van de overledene die zoveel jaren een vertrouwd en geliefd mens was in Troyes. Na de mis en voor de absolute hield de bisschop een lange lijkrede en herdacht kardinaal Richard van Parijs die dezelfde morgen ten grave werd gedragen: ‘Twee bijzondere priesters, die elkaar vandaag tegenkomen bij de poort van het paradijs. Ik voel het als mijn plicht om een oprecht getuigenis van diepe dankbaarheid af te leggen voor alles wat pater Brisson voor onze stad Troyes heeft gedaan, voor de christelijke opvoeding en vooral voor de arbeidstersklasse. Acht dagen geleden las ik op het feest van Frans van Sales de mis in de Visitatie, aan het altaar waar pater Brisson veertig jaar lang elke dag de mis las. Ik voelde me diep geroerd en ik heb Frans van Sales bedankt dat hij ons zo’n warm en lichtend voorbeeld van genade en apostolische liefde heeft gegeven.’ De bisschop ging zelf voor bij de absolute en daarna trok de stoet naar het kerkhof van St. André. Voorop ging het vaandel van de Jeugdwerken van Frans van Sales, gevolgd door de kinderen en jonge meisjes, daarna de jonge mensen van de jeugdhuizen met hun vaandels, de broederschap van de wevers, de priesters, de Oblaten, de religieuzen van de stad, de Oblatinnen in hun burgerkleren, en vele mensen uit de stad. (…) Voorzichtig liet men de kist zakken in de grafkelder, waar ook zijn vader en moeder lagen. Het was zijn wens bij hen te liggen, en ook bij de zusters van de Visitatie die vlakbij hun grafkelder hadden. Stil en zwijgend trokken de mensen weg. Het dode lichaam van pater Brisson bleef achter bij zijn ouders en de andere doden. Zijn geest trok mee met zijn Oblaten en Oblatinnen om te zegenen wat ze gingen zaaien en oogsten.”

Uit: Dirk Koster, Louis Brisson Noorden 2007, p. 249-250.
Bekijk ook de foto van de maand