© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat mei 2018


Franciscus van Sales schrijft in boek 1, hoofdstuk 15 van de Theotimus dat God en mens op elkaar lijken en hij geeft aan hoe die gelijkenis er uitziet. Uitgangspunt voor de overeenkomst tussen God en mens is de tekst uit Genesis 1, 26, waarin God zegt `Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend´. Een uitspraak die welbekend is, maar toch ook raadselachtig blijft. Op elkaar lijken wil niet zeggen dat er sprake is van gelijkheid. God en mens verschillen wel degelijk. Dat doet aan de gelijkenis niets af, maar wel aan de gelijkheid. Ook als het om het goede gaat, lijken mens en God op elkaar en verschillen ze van elkaar. Mensen hebben behoefte aan goedheid en God heeft het in overvloed. De mens verlangt ernaar, God geeft het graag weg. Als het goed is, komen vraag en antwoord, en geven en nemen elkaar tegemoet.

Zodra iemand een beetje aandachtig aan God denkt, voelt hij zijn hart vollopen. Dat bewijst wel dat God de God van het menselijk hart is. Niets is fijner voor ons hart dan de gedachte aan God. God kennen is meer waard dan de optelsom van alle kennis van alle andere zaken, zegt Aristoteles. De kleinste zonnestraal geeft meer licht dan de grootste bundel stralen van de maan of van de sterren, en zelfs van maan en sterren samen. Als ongeluk ons hart treft, zoeken we onze toevlucht tot God. Dat toont aan dat God ons goed gezind is, ook als alles tegenzit. Alleen Hij, die zelf het opperste goed is, kan ons redden. Dit vertrouwen van ons hart in God komt voort uit de gelijkenis tussen de goddelijke goedheid en onze ziel. Deze overeenkomst is groot en verborgen. Iedereen kent de gelijkenis, maar weinig mensen begrijpen en doorgronden hem. We zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, en dat wil zeggen dat we in hoge mate met Hem overeenkomen. (...) Behalve deze overeenkomst is er ook nog de saamhorigheid van God en mens als het gaat om hun wederzijdse vervolmaking. God kan natuurlijk geen vervolmaking van de mens ontvangen, maar zoals de mens alleen door de goddelijke goedheid tot hogere volmaaktheid komt, zo kan de goddelijke goedheid haar volmaaktheid bij uitstek in de mensheid uitwerken. De een heeft veel behoefte en een groot vermogen om het goede te ontvangen, en de ander heeft een grote overvloed van het goede en een sterke drijfveer om het weg te schenken."

Franciscus van Sales, Theotimus boek 1 hoofdstuk 15
Bekijk ook de foto van de maand