© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat maart/april 2018


Franciscus van Sales gaat in de Theotimus uit van een welbepaald mensbeeld. Ook geeft hij in zijn beschrijvingen van hoe de mens in elkaar steekt blijk van psychologisch inzicht. In zijn eerste boek, de Philothea of de Inleiding tot het devote leven, beschrijft hij dat de wereld ieder uur, iedere dag en ieder seizoen anders is. Vervolgens noteert hij dat de mens een wereld in het klein is en dat dus ook de mens veranderlijk is. Het ene moment gelukkig, dan weer verdrietig, nu eens angstig, dan weer vol vertrouwen. Ieder mens heeft een lichte en een donkere kant. Dat al die tegenstrijdige gedachten en gevoelens in één en dezelfde persoon huizen, riep de nodige vragen op. Wonen er soms twee naturen in ieder mens, een goede en een kwade? Hoe kan dat rijmen met God die ons naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen? Deze kwestie is onderwerp geweest van een verhit debat, waarin Augustinus en de tot ketters veroordeelde Manicheeërs recht tegenover elkaar stonden. Franciscus van Sales citeert Augustinus als hij in boek 1, hoofdstuk 11 schrijft over de twee delen van de ziel, een hoger deel en een lager deel. Daarbij wordt benadrukt dat deze twee delen behoren tot één en dezelfde ondeelbare ziel:

Iedere dag opnieuw kunnen we ervaren dat onze wil en ons verlangen niet overeenstemmen. Een vader die zijn zoon naar het hof of naar de universiteit stuurt, staat hem niet af zonder verdriet. Natuurlijk wil zo'n vader dat zijn kind vorderingen maakt in eer en kennis, maar hij voelt ook met spijt het gemis. Een meisje dat trouwt met toestemming van haar ouders kijkt toch vol verdriet naar haar vader en moeder als zij hen om de zegen vraagt. Het opperste deel van hun wil stemt immers toe, terwijl het lagere deel toch weerstand biedt. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de mens twee zielen of twee naturen heeft, zoals de Manicheeërs dachten. Augustinus zegt daarover in boek acht, hoofdstuk 10 van zijn Belijdenissen het volgende: "De wil wordt dan weer hierheen en dan weer daarheen gelokt, dan weer hierdoor en dan weer daardoor. Het lijkt er op dat de wil in zichzelf verdeeld is zolang hij twee kanten opgetrokken wordt. Dat duurt totdat de wil in alle vrijheid partij kiest en vervolgens de ene kant opgaat of juist de andere." De sterkste wil krijgt dan de overhand en van de strijd die heeft gewoed, blijft in de ziel alleen een gevoel van tegenzin bestaan."

Franciscus van Sales, 'Verhandeling over de liefde Gods', boek 1 hoofdstuk 11
Bekijk ook de foto van de maand