© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat oktober 2017


In het zevende hoofdstuk van het eerste boek van de Theotimus geeft Franciscus van Sales een beschrijving 'van de liefde in het algemeen'. Anders dan wij nu gewend zijn, is die liefde geen gevoel. Ook de romantiek is ver te zoeken. In de opvatting van Franciscus van Sales - aansluitend bij de gangbare opvattingen in zijn tijd - gaat het bij de liefde om een van de vermogens van de mens. Behalve het vermogen om lief te hebben, heeft de mens ook een wil en een verstand. Al die vermogens moeten onderling goed geordend en afgestemd zijn en elkaar in evenwicht houden. Is dat eenmaal het geval, dan hebben we te maken met een liefdevol, verstandig iemand, die streeft naar het goede - waarbij een vergissing menselijk is - en die zijn eigen wil in alle vrijheid en vol liefde ondergeschikt maakt aan Gods wil:

En wat is dan dat goede, dat iedereen wil, Theotimus? De wil is het vermogen dat naar het goede verlangt en er naar streeft. Of naar datgene waarvan men denkt dat dit het goede is. Dankzij het verstand ziet de wil in wat goed is; het verstand houdt de wil steeds het goede voor. En als dat gebeurt, ervaart de wil iets prachtigs, behaaglijks, iets wat lieftallig en beminnelijk is. Mild en machtig wordt de wil dan opgewekt om zich met dit beminnelijke te verenigen. En om die vereniging tot stand te kunnen brengen, gaat het gevoel op zoek naar de wijze waarop dit het beste kan plaatsvinden."

Uit: 'De verhandeling over de Liefde tot God' oftwel 'Theotimus' van Franciscus van Sales. Boek 1 hoofdstuk 7
Bekijk ook de foto van de maand