© De Oblaten van Franciscus van Sales | contact

Citaat september 2018


In het laatste hoofdstuk van het eerste boek van de Theotimus vergelijkt Franciscus van Sales het hart met een hert. In het Frans lijken de woorden voor hart (coeur) en hert (cerf) niet zo op elkaar als in de Nederlandse taal het geval is. In dit citaat valt vooral het vastgehouden, het gebonden zijn van de mens op, terwijl die mens toch ook helemaal vrij is, als een hert in het woud. De mens is van God, wordt hier gezegd, maar op een heel bepaalde manier. Het is namelijk de mens zelf die naar God neigt en zo maakt de mens het God gemakkelijk om grip op de mens te krijgen, om 'houvast' te vinden. Dit houvast wordt in dit citaat een handvat genoemd, een lijn en een halsband. Zo zijn we steeds met God verbonden en steeds aan God gebonden, hoe lang we ook leven.

Van nature bezitten we de neiging om God boven alles te beminnen. Die neiging woont in ons hart, en dat is niet zonder reden. God, namelijk, bedient zich van die neiging alsof het een handvat is dat Hij zachtjes vastpakt om ons naar zich toe te trekken. Zo lijkt het wel alsof God onze harten als kleine vogeltjes aangelijnd heeft. En als Zijn barmhartigheid het wil, kan Hij ons met die lijn naar zich toe halen. Niet alleen voor God, maar ook voor onszelf is deze neiging een teken dat ons herinnert aan onze eerste oorzaak en onze Schepper. Zo worden we er telkens stilletjes op gewezen dat we God wel moeten beminnen omdat we Hem toebehoren. Precies zo gaat het met het hert. Als een hert wordt gevangen krijgt het een halsband om met het wapen van degene die hem ving. Daarna wordt het hert weer vrijgelaten in de bossen. Ziet men zo'n hert met een halsband, dan weet men in een oogopslag welke edelman het hert al eens heeft gevangen en daarmee dus ook aan wie het hert toebehoort. Er gaat een verhaal over een heel oud hert, waarvan dankzij zo'n halsband de leeftijd precies kon worden bepaald. Driehonderd jaar na de dood van Caesar, zo gaat dat verhaal, werd een hert gevangen met een halsband waarop stond: 'Caesar heeft mij vrijgelaten'. De neiging die God in ons hart heeft aangebracht geeft dus aan vriend en vijand een duidelijke boodschap af. Wij zijn van Hem. Maar ook toont het dat wij, als we vrij zijn om te gaan en staan waar we willen, toch nog altijd van Hem zijn en dat Hij steeds het recht heeft om ons bij zich te roepen als zijn heilige en milde voorzienigheid dat wenst. Daarom wordt deze neiging 'licht' genoemd en 'vreugde' (Psalm 4, 7 en 8); het toont ons wat we moeten beminnen en het troost ons met de hoop dat God, die dit wapen van onze oorsprong in ons heeft gegrift, ons naar zich toetrekt als we ons door Zijn goddelijke Goedheid laten vangen."

Franciscus van Sales, Theotimus boek 1 hoofdstuk 18
Bekijk ook de foto van de maand