© De Nederlandse Provincie van Oblaten osfs | contact

De meeste Oblaten van de H. Franciscus van Sales worden na overlijden begraven op begraafplaats Broekhoven aan de Prof. Lorentzstraat te Tilburg. Bij de grafkruisen staat een gedenkplaat, met daarop de namen van alle overleden medebroeders, zie foto boven.
  • Wij gedenken

    Klik op naam om de tekst te openen. Nogmaals klikken sluit de tekst weer. Onvolkomenheden kunt u melden via de contactpagina.
  • Broeder Vincentius osfs   12 juni 1927 - 14 september 2016

    Dirk Koster osfsIn dankbare herinnering aan Broeder Vincentius, Joannes Jacobus van Ballegoij, Oblaat van Franciscus van Sales

    Geboren te Amsterdam op 12 juni 1927, trad hij op 2 september 1954 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Op 14 september 2016 is hij, gesterkt door het Sacrament van de zieken, in het Woon-Zorgcentrum Joannes Zwijsen te Tilburg overleden. Op 21 september 2016 hebben we met een plechtige Eucharistieviering afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders in Tilburg.

    Het sterven van Jan is niet gekomen als een verrassing. Al twee jaar lang ging zijn gezondheid gestadig achteruit. Zijn krachten waren opgebruikt, maar tegelijk was er zijn sterke wil om te blijven leven. Het lukte hem niet de dood recht in de ogen te zien, daarvoor hechtte hij teveel aan zijn familie en zijn medebroeders. Totdat hij het Sacrament van de zieken had ontvangen: toen kwam er gaandeweg iets van berusting en van overgave. Toch heeft zijn dood ons uiteindelijk overvallen, ook al wisten we dat deze niet meer ver weg kon zijn. Zeker niet toen hij de grootste moeite kreeg om nog voedsel, medicijnen en vocht tot zich te nemen. Zijn leven gleed uit hem weg tijdens de verzorging. Gelukkig heeft de dood hem toen geen pijn gedaan.

    Enerzijds kunnen we vrede hebben met zijn sterven. Voor Jan betekent het een einde aan het steeds maar weer moeten inleveren en loslaten, maar ook een begin van een nieuw leven in het licht van Gods liefde. Daar heeft hij zijn vertrouwen op gesteld. Hij leefde in een diepe verbondenheid met God. Hij vertelde vaak dat hij – zeker de laatste jaren – heel veel kracht putte uit zijn gebed. We kunnen dan ook zelf alleen maar bidden dat God hem nu bij de hand neemt en Hem leidt op nieuwe paden van vrijheid en van leven voorgoed. Toch betekent zijn dood opnieuw een aderlating voor ons kleine en kwetsbare groepje Oblaten. Dat doet pijn en verdriet, terwijl het anderzijds egoïstisch zou zijn om hem bij ons te willen houden in zijn lijden en onmacht. We zullen aan zijn dood een plaats moeten geven op onze weg naar verdere voltooiing.

    We zullen ons Jan blijven herinneren als een loyale medebroeder. Waar hij gevraagd werd, daar ging hij. Als jonge broeder verbleef hij enkele jaren op ons Generalaat in Rome. Vervolgens werd hij het hoofd van onze stencilafdeling, waarin hij zeer verdienstelijk was met o.a. de vermenigvuldiging van de geschriften van onze stichter Louis Brisson. Zijn weg ging via Nijmegen, Tilburg naar Amsterdam. Hij werkte er op de MIVA, was koster, droeg zorg voor de administratie en bezocht er parochianen. Hij werd weer Amsterdammer met de Amsterdammers. Daarna werd hij hulp en toeverlaat van pater Gerard Blom in Nörten-Hardenberg om vervolgens nog een aantal jaren te werken in de diaspora rond Hardegsen. Daarna kreeg hij in Beek en Donk de zorg over het archief van onze Nederlandse Provincie. De laatste jaren mocht hij doorbrengen in Joannes Zwijsen te midden van zijn medebroeders. Hij zou hen allen daar overleven.
    We spreken hier onze dankbaarheid uit voor alles wat Jan in zijn lange leven van 89 jaren heeft mogen betekenen voor velen. We gunnen hem nu alle rust en vrede. Dat zijn gelovig vertrouwen nu al bewaarheid moge worden: dat is onze diepste wens en gebed.

    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven, zijn ziek zijn, als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.

    Familie van Ballegoij
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Pater Dirk Koster osfs   12 oktober 1931 - 27 januari 2016

    Dirk Koster osfs Ter dankbare herinnering aan Pater Dirk Koster, Oblaat van Franciscus van Sales.

    Dirk werd geboren te Bovenkarspel op 12 oktober 1931. Hij trad op 30 augustus 1951 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales en werd door Mgr. Bekkers priester gewijd op 13 maart 1957. Op 27 januari 2016 is hij - voorzien van het sacrament der zieken -overleden. In een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen op 2 februari in de St. Martinuskerk van Noorden en hem begraven op het parochiekerkhof aldaar.

    Dirk zag als vierde kind van Gerrit Koster en Dina Karel het levenslicht. Op 12- jarige leeftijd hoorde hij van de onderwijzer op school over negers en missionarissen in Afrika. Hij werd er helemaal warm van en wist dat hij missionaris wilde worden. Zo vertrok Dirk naar Tilburg, volgde de studie van het kleinseminarie, maakte in Nijmegen zijn jaar noviciaat en studeerde theologie in Beek en Donk.
    We herinneren ons hem als onze leraar Nederlands, de van het leven genietende student in Groningen en als begeleider van de theologie studenten in Amsterdam op de Prins Hendriklaan. In 1970 werd hij benoemd tot pastoor in de Joannes de Doperkerk in Amsterdam. Velen zullen aan hem terugdenken als aan een bevlogen pastor. De pastorie werd een open huis en de parochie een bloeiende gemeenschap.
    Dirk droomde van een nieuwe gemengde religieuze leefgroep. Hij was bezeten van dat idee en startte in 1976 in de parochie van Oegstgeest. Helaas is het hem niet gelukt om die droom werkelijkheid te laten worden.
    In 1992 verhuisde hij naar de parochie van St. Martinus in Noorden. Samen met Marjo Hoogenbosch heeft hij bijna 25 jaar lang het pastoraat en het dagelijkse leven gedeeld. Hij voelde er zich als een vis in het water. Zelf zegt hij: 'Noorden was een zegen voor mij, ik heb hier de rust en de tijd gevonden om van mensen te houden.' Hij wilde graag en van harte samen met mensen optrekken in hun goede en hun kwade dagen, geïnspireerd door het evangelie en door de geschriften van Frans van Sales.
    Als provinciaal van de Nederlandse Oblaten van Franciscus van Sales (1988 –1996) heeft hij zich met name ingezet voor de eenheid en verbondenheid onder hen. Hij was een mensenverzamelaar. Dirk was een begenadigd schrijver. Zijn bewogenheid en studie over de spiritualiteit van Frans van Sales en Louis Brisson zullen met ons blijven meegaan en zijn door zijn boeken ook wereldwijd verspreid. Nog onlangs mochten we getuige zijn van de presentatie van zijn boekje "Ik leef", een 'verslag' van zijn levenslange zoektocht naar God in en door mensen. Hij had er naar toegeleefd. Hij wist, dat dit een slotakkoord van zijn leven zou zijn, enerzijds in mineur omdat zijn dood naderde, anderzijds in majeur omdat hij erop vertrouwde, dat hij verder zou mogen leven in het hart van God en in het hart van velen.
    Half september werd duidelijk dat Dirk ongeneeslijk ziek was. Tijdens zijn ziek zijn schreef hij het volgende: "Ik wil jullie graag vertellen wat mij de laatste tijd bezighoudt. Ik lees een boek over trekvogels en andere dieren die rondtrekken. Kraanvogels lijken het meest op de mens. Ze zijn levenslang trouw aan hun partner. Ze dansen niet alleen in de baltstijd, maar ook als de zon schijnt en ze samen plezier maken. Ze horen bij de trekvogels en hebben een drang die wij mensen ook hebben. Een ingewortelde drang om terug te keren naar thuis. Grutto's vliegen 11.000 km over zee, zonder een hapje eten, een slok water of een minuut slaap. Gedreven door een onweerstaanbaar verlangen om thuis te zijn bij het nest waar ze ooit uitgevlogen zijn. Dat verlangen zit in heel de schepping. Ik herken dat ook in mezelf. Mensen kennen het verlangen naar hun geboorteland, hun geboortehuis. Dat gevoel bedoel ik niet. Liever gezegd, ik bedoel dat dit verlangen een diepere ondergrond heeft. Door ons zelfbewustzijn is dat bij ons mensen uitgegroeid tot een verlangen dat ons hele bestaan omvat. Het verlangen om hier en ook na onze dood ons thuis te kunnen voelen, veilig, geborgen. Hoe lang ik nog zal leven, ik weet het niet, maar ik wil uitzien naar God om thuis te komen bij Hem. En weet je wat ik ook graag wil? Ik wil proberen vandaag te leven, met zoveel liefde als mogelijk is. Vandaag hou ik van jullie. Vandaag wil ik zijn wie ik ben."

    In deze overgave heeft hij zijn leven uit handen gegeven op 27 januari 2016. Op de sterfdag van onze stichter de zalige Pater Louis Brisson hebben we afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn mensen in Noorden. We zijn dankbaar voor alles wat hij ons gaf.

    Het slotwoord bij de presentatie van zijn boek 'Ik Leef' nemen we mee als zijn testament: "We leven allemaal kort. We denken dat we lang leven, maar we leven maar kort. Het is de kunst om kort te leven. Dat betekent elk moment dat je gegeven wordt welkom te heten en binnen te laten bij je en daarvan te leven. Daarmee proberen tevreden te zijn als je dat lukt en ik ben bezig om dat ook in mijn eigen leven tot het laatste een plek te geven. Dan denk ik dat we allemaal tevreden mensen kunnen zijn, tevreden met onszelf dat is ook belangrijk, tevreden met elkaar, tevreden met God en met iedereen".

    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven, zijn ziek zijn als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.
    Familie Koster
    Marjo Hoogenbosch
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Pater Jan Bokern osfs   25 december 1921 - 25 november 2015

    Jan Bokern osfs In dankbare herinnering aan Pater Jan Bokern osfs, Johannes Josephus Emmanuel, Oblaat van Franciscus van Sales, Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

    Jan werd geboren op 25 december 1921 te Leiden. Hij legde zijn eerste gelofte af in de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales te Nijmegen op 30 augustus 1945. Op 19 maart 1949 werd hij door Mgr. Mutsaerts tot priester gewijd in de kapel van de trappisten te Berkel-Enschot. Begin 1950 vertrok hij als missionaris naar Namibia. Hij overleed 25 november 2015 te Lüderitz, Namibia, en is op 3 december 2015 in Keetmanshoop bij zijn medebroeders begraven.

    Kerstmis 1921 was dubbel feest in het gezin Bokern op de Pieterskerkgracht. Jan werd geboren als een van de 7 kinderen van Antonius Bokern en Christina Raumann. Na 7 jaar lagere school ging Jan in 1934 met een vriendje naar Bergen op Zoom naar het juvenaat van de priesters van het Heilig Hart. Jan voelde er zich niet thuis. Van een vriendje uit Tilburg hoorde hij enthousiaste verhalen over Duitse paters die daar een nieuw missiehuis waren begonnen. In september 1939 maakte Jan de overtap naar 'Ave Maria' in Tilburg. Na het gymnasium volgden meteen twee jaar filosofie en daarna een jaar noviciaat in Cuijk, want het huis in Nijmegen was vanwege de oorlog bezet. Daarna 4 jaar theologie in Beek en Donk. Een jaar voor zijn priesterwijding kwam Mgr. Thüneman daar op bezoek en vroeg mensen voor Afrika. Een half jaar voor zijn wijding - op 29 oktober 1948 - krijgt Jan zijn officiële benoeming voor Zuid-West Afrika (Namibia). Hij is dolgelukkig, het was zijn vurigste wens. Samen met Ceesje Trommelen, Matthieu Jansen en Fer de Wit wordt hij op de feestdag van St. Jozef priester gewijd. Begin 1950 vertrok Jan samen met Matthieu en Ceesje naar Kaapstad waar ze op 2 maart voet aan wal zetten. Jan arriveerde op 16 maart in Lüderitz. Met een onderbreking van 5 jaar Rehoboth, heeft hij daar zijn hele leven gewoond en gewerkt en is er overleden.

    65 jaar lang heeft Jan op zijn eigen bescheiden wijze zich ingezet voor de mensen daar. Ver weg van de bewoonde wereld, gescheiden door de immense Nabib woestijn. Samen met Quirien Groenedijk deelde hij vele jaren de pastorie en gaven ze hun beste krachten aan de kleurlingen.

    Al die jaren was en bleef de band met zijn familie en zijn medebroeders hier in Nederland. Graag kwam hij op vakantie, het liefst rondom de datum van het Leids ontzet. Hij was dan thuis bij broer Ton en toen deze overleed bij zijn schoonzus Melanie. Dankbaar was hij voor hun gastvrijheid en genoot dan met volle teugen van de mensen die hem bezochten. Hij was een innemend mens, gastvrij, hartelijk, mild in zijn oordeel, een gezellige causeur.

    Jan putte zijn kracht uit zijn geloof gevoed door zijn gebedsleven. Trouw bad hij zijn brevier, vierde dagelijks de eucharistie en volgde het Directorium. 70 jaar lang was Jan Oblaat van Franciscus van Sales en heeft geleefd vanuit zijn spiritualiteit. Hij zei zelf daarover: "Ik lees alles wat met Franciscus van Sales te maken heeft en ik lees het ook nog in het Frans ook, modern Frans dan. Wat spreekt me daarin aan, nou, daar vraag je me wat. Daar is niet een ding wat je kan noemen, dat is de hele spiritualiteit van Franciscus van Sales. Dat kun je niet in één woord zeggen, dan doe je er tekort aan. Nou, als het moet, dan zeg ik: in het tegenwoordige ogenblik leven. Dat is heel belangrijk. Ja. Nou. Omdat het eenvoudig logisch is. Hij zegt het ook: gisteren is voorbij, dat helpt niet meer en morgen dat weet je niet, want dan kan je dood zijn. Zo eenvoudig is het. Dus, doe wat je nou moet doen, want dat behoort nou aan jou. En wat kan nou logischer zijn als dit? Franciscus van Sales was niet zo moeilijk. Nee, het is een man die in onze tijd nog net zo zou inpassen, al zou hij het met andere woorden zeggen."

    Het laatste jaar werden zijn krachten minder, zijn geest zwakker en werd hij helemaal afhankelijk van de hulp van anderen. De mensen van Lüderitz wilden dat Vader Bokern in hun midden zou sterven. Zoals hij altijd voor hen gezorgd had zo wilden zij hem nu verzorgen tot aan zijn dood.

    Voor zijn leven als priester en Oblaat zeggen we van harte: Dank je wel, Jan. Moge jij verder leven in het Licht van de Verrezen Heer.
  • Broeder Aloysius Elings osfs   24 oktober 1920 - 14 juni 2015

    Zijn levensreis begon in Hilvarenbeek op 24 oktober 1920. Op 23 november 1941 trad hij toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Hij overleed op 14 juni 2015 in het St. Elisabethziekenhuis in Tilburg. In een Eucharistieviering op 22 juni 2015 hebben we afscheid van hem genomen in de kapel van Joannes Zwijsen en hem te rusten gelegd bij zijn medebroeders op de begraafplaats Broekhoven te Tilburg.

    Belangrijker dan de weg die je gaat, is het spoor dat je achterlaat. Aloysius laat ons een spoor na van bescheidenheid, trouw, hartelijkheid en opgewektheid. Een spoor, getekend door diep geloof en gevormd door de Salesiaanse geest. 74 jaar lang was dat de rode draad in zijn leven. De diepste wens van Aloysius was om priester te worden, maar de studie was hem te zwaar. Zelf zei hij daarover: 'Ik snapte niet dat er jongens bestonden die al die moeilijke vakken konden volgen. Dus ik kapte ermee'. Hij ging verder als broeder-kandidaat, maakte tijdens de oorlogsjaren zijn noviciaat en legde in 1941 zijn geloften af als Oblaat van de H. Franciscus van Sales.

    Meer dan een halve eeuw werkte broeder Aloysius in zo ongeveer alle tuinen bij huizen waar Oblaten woonden en werkten. Mede dankzij zijn inspanningen werden de Oblaten voorzien van verse groenten en fruit. Tot op hoge leeftijd ging zijn aandacht uit naar tuinen, planten en bloemen. In de lange gangen van Joannes Zwijsen, waar hij woonde, liep hij jarenlang trouw met een gieter de plantjes langs. Als hij in Salesianum in Schijndel was, moest hij altijd even een rondje maken door de tuin om te zien of die er wel goed verzorgd bij lag. En vanuit zijn kamer kon hij genieten van het uitzicht op een stukje van de binnentuin.
    Aloysius is in zijn leven heel wat keren verhuisd. Na de sluiting van 'Ave Maria' in 1969 verhuisde hij met een kleine groep naar de Broekhovenseweg. In 1989 namen ze met enkelen hun intrek bij de Zusters op de Pelgrimsweg. Toen ook dat klooster gesloten werd, werd hij gastvrij opgenomen in de communiteit van de Fraters, eerst aan de Kruisvaardersstraat en later in Joannes Zwijsen. Aloysius voelde zich overal thuis, sloot zich aan bij de communiteit, nam deel aan de dagelijkse dagorde en was een graag geziene religieus.
    Op de vraag hoe hij dat allemaal in alle rust kon aanvaarden, komt een Salesiaans antwoord: 'Het leven is goed zoals het is; het is duidelijk dat er iemand aan de touwtjes trekt. Ik heb nog nooit gemerkt dat ik de verkeerde kant ben uitgetrokken. Ik ben Oblaat. Was het niet Franciscus van Sales die zei, dat een mens moet bloeien, daar waar hij is geplant? Ik ben in nogal wat perken neergezet. Ik heb altijd geprobeerd te bloeien. En dat is me meestal niet slecht afgegaan.'

    Aloysius genoot nog elke dag van het leven. Kaarten was zijn grootste passie, elk vrij moment werd er een kaartje gelegd. Daarnaast was beweging voor hem belangrijk, hij dwong zich er toe. Elke middag ging hij rondjes fietsen in de parkeerkelder, omdat hij al jaren niet meer aan het verkeer durfde deel te nemen. Vrijdagmiddag 12 juni ging hij zijn gebruikelijke rondjes fietsen. Hij kwam daarbij lelijk ten val en brak zijn heup. Zaterdag werd hij in het St. Elisabethziekenhuis geopereerd. Na de operatie traden complicaties op. De familie werd er bij geroepen. In de nacht van 14 juni is hij, omringd door zijn familie, in het ziekenhuis rustig en vredig overleden.

    Zijn overlijden komt voor ons heel plotseling. Hij leek het zo goed te maken, dat we allemaal dachten dat hij de honderd zou kunnen halen. Dat heeft niet zo mogen zijn. Toch hebben we hem heel lang in ons midden mogen hebben. De kleine gemeenschap van de Nederlandse Oblaten verliest in hem een trouwe en dierbare medebroeder. Aloysius hing aan zijn familie, zijn twee zussen, zijn neven en nichten hadden allemaal een warm plaatsje in zijn hart. Hij leefde van harte mee met hun lief en leed. En zij op hun beurt voelden zich verbonden met hun broer en oom Jan. Jan, oom Jan, Aloysius, we zullen je allemaal missen. Moge jij thuis zijn bij God.

    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.

    Familie Elings
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Broeder Andreas Nadorp osfs   17 augustus 1926 - 18 februari 2015

    Tinus werd geboren in Delft op 17 augustus 1926. Op 2 september 1948 trad hij toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Na een liefdevolle verzorging in het Woon-zorgcentrum Joannes Zwijsen te Tilburg is hij op 18 februari 2015 in alle rust en overgave overleden. In een Eucharistieviering op 24 februari hebben we afscheid van hem genomen en hem te rusten gelegd bij zijn medebroeders op de begraafplaats Broekhoven te Tilburg.

    Broeder Andreas, in zijn familie Tinus geheten, groeide op in Delft. Na de lagere school ging hij naar Tilburg, naar Ave Maria. Na vijf klassen kleinseminarie besloot hij om bij de Oblaten als broeder in te treden. Vanaf die tijd was hij werkzaam in de diverse huizen van hen. Hij was kok in Beek en Donk, Nijmegen en Tilburg. Ook kreeg hij andere taken toebedeeld: wasbaas, kapper, ziekenbroeder, schilder en loodgieter. Zelf zei hij eens, dat hij kilometers verf gesmeerd heeft en van hier tot Kaapstad behang geplakt.
    Toen Ave Maria gesloten werd, bood hij zijn hulp aan in de parochie Groeseind. Hij volgde een cursus handvaardigheid. Daarmee kon hij leiding gaan geven aan de handenarbeid club voor de jeugd van de J.O.G. op Groeseind. Vanwege zijn muzikale kwaliteiten vroeg Zuster Auxilliatrix hem als organist voor haar kinderkoor op Groeseind. Samen brachten ze het kinderkoor tot grote bloei. Het werd zelfs gevraagd om als begeleidingskoor op te treden in Lourdes. Steeds vaker werd hij gevraagd als organist. In totaal begeleidde hij vijf koren in de stad. Op latere leeftijd moest hij deze koren opgeven. Maar met het dameskoor heeft hij nog heel lang de diensten begeleid bij huwelijken en uitvaarten in de parochie Hoefstraat.
    Zijn ontspanning vond hij door bijna dagelijks te gaan zwemmen en in de middaguren te gaan fietsen. Als hij 's avonds thuis was dan was hij te vinden op zijn puzzelkamer, koptelefoon op, luisterend naar klassieke muziek en driftig werkend aan grote legpuzzels. Vanaf 1969 heeft Andreas zo zijn leven een nieuwe, zinvolle invulling gegeven in de wijk. Intussen bleef hij in huis ondersteunende taken verrichten voor zijn medebewoners. Vanwege de ziekte van Alzheimer is Andreas vanaf 2006 opgenomen in Woon-zorgcentrum Joannes Zwijsen. Dankzij goede zorg voelde hij zich daar goed thuis. Op de afdeling waren ze altijd blij met zijn aanwezigheid door zijn vaak onverwachte en humorvolle wijze van reageren.

    We verliezen in Andreas, die trouw was aan zijn geloften, een zeer gewaardeerd mens, bereid om te doen wat van hem verwacht werd en om nieuwe uitdagingen aan te gaan.
    Andreas, namens alle Oblaten en de mensen in de wijk: dank je wel voor wat je hebt gedaan en vooral voor wie je was. Moge je nu leven in het eeuwige licht en de eeuwige liefde van God.
    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.

    Familie Nadorp
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Theo van Rossum osfs   26 april 1920 - 10 februari 2015

    Theo werd geboren te Herpen op 26 april 1920. Op 30 augustus 1942 trad hij toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Hij werd tot priester gewijd op 4 augustus 1948. Daarna werd hij leraar op het klein seminarie 'Ave Maria' te Tilburg. In 1966 volgde zijn benoeming tot pastoor van de Leonardusparochie te Beek en Donk. Daarna werd hij begeleider van verschillende meditatiegroepen.

    Na een liefdevolle verzorging in het Woon Zorgcentrum Joannes Zwijsen te Tilburg is hij op 10 februari 2015 in alle rust en overgave weggegleden uit dit leven naar het paradijs waar hij zo naar uitzag. In een Eucharistieviering op 14 februari hebben we afscheid van hem genomen en hem te rusten gelegd bij zijn medebroeders op de begraafplaats Broekhoven te Tilburg.

    Theo heeft de zeer hoge leeftijd van 95 jaar mogen bereiken. Al die jaren hadden van hem een kwetsbare en broze mens gemaakt. Gelukkig voor hem waren er liefdevolle en bezorgde mensen rond hem. Zijn leven was er een van toewijding en belangeloze overgave zowel voor de studenten, die zich mochten verheugen in zijn Nederlandse les, als ook voor de parochianen en hen, die mochten deelnemen in zijn meditatielessen.

    We zijn dankbaar voor zijn lange leven, voor alles wat hij heeft gedaan en betekend, voor zijn verbondenheid met zijn medebroeders en zijn familie. We bidden dat hij nu op adem mag komen: op de eeuwige adem van Gods Geest, en dat hij mag zien de Onzienlijke, voorgoed.

    Op 26 juli 2011 schreef Theo zelf hoe hij het liefst herinnerd wilde worden. Deze tekst laten we hier volgen:
    "Mijn leven was een wonder, een wonder van onvoorwaardelijke Liefde. Mijn leven was een Godsvonkbloem, die opbloeide temidden van allerlei aanwaaiingen van negatieve en positieve schaduwen. Soms was het moeilijk, soms genadig mooi. En de bloem groeide naar 't Christus-zijn. Ik heb 't niet alleen gedaan. Goddelijke zielsgeliefden hielpen mij. De engelen Michaël en Gabriël had ik zeer lief, en zij mij! Jezus was mijn goddelijke Geliefde. En Maria Magdalena was mijn Al-moeder. Ik had haar lief met Godswitte Minne en zij liet mij ervaren, dat zij mij liefhad. En hij die al-vaderlijk zuiver mij bezocht in mijn diepste wezen was de God-mens. En al mijn zielsgeliefden uit vroegere tijden, vooral martelaren: o ik was u zeer nabij en U mij. Met allen met wie ik in liefde verbonden was, heb ik het laatste deel van mijn lange leven iedere dag gebeden voor alle mensen, die nu op aarde leven, geen enkele uitgezonderd. De slogan van Franciscus van Sales 'Niets verlangen, niets weigeren' heeft mij geholpen met hem in 't Midden te blijven, in volkomen harmonie."

    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.

    Familie van Rossum
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Kees Donkers osfs   28 juli 1934 - 2 november 2013

    Cees Donkers osfsKees werd geboren op de Haghorst op 28 juli 1934 en trad toe tot de Congregatie van de Oblaten van de H. Franciscus van Sales op 13 september 1957 en werd door de Missiebisschop Mgr. Fr. Esser osfs op 16 maart 1963 in de parochiekerk van de H. Leonardus te Beek en Donk tot priester gewijd. 40 jaar lang heeft hij zijn beste krachten gegeven aan de missie in Zuid-Afrika.
    Na zijn terugkeer in Nederland heeft hij zich nog verdienstelijk gemaakt als voorganger bij Eucharistievieringen in Tilburg en omgeving. Hij overleed voorzien van het Sacrament der zieken in het St. Elisabeth ziekenhuis te Tilburg op Allerzielen, 2 november 2013. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij op 7 november 2013 afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders in Tilburg.

    Belangrijker dan de weg die je gaat is het spoor dat je achterlaat. Kees Donkers laat ons een spoor na van eenvoud, soberheid, trouw en goedheid. Een spoor getekend door een diep geloof. Dat alles werd hem met de paplepel ingegeven in het gezin waarin hij opgroeide. Zijn ouders waren als pioniers naar de Haghorst vertrokken en Kees was één van hun twaalf kinderen. Hard werken en zuinig zijn was geboden om het hoofd boven water te houden. Meestal was de oudste zoon bestemd om de boerderij over te nemen, maar Kees besloot om in navolging van zijn heeroom David, franciscaan, priester te worden. Zo ging hij naar het kleinseminarie van de franciscanen te Katwijk aan de Rijn. In 1948 stapte hij over naar Ave Maria in Tilburg. In 1963 werd hij door de bisschop van Keimoes, Zuid-Afrika, Mgr. Frans Esser osfs in de Leonarduskerk van Beek en Donk tot priester gewijd.
    Hij werd benoemd tot missionaris voor Zuid-Afrika. In januari 1964 kwam hij per boot in Kaapstad aan, werkte een jaar in Keimoes en vervolgens als kapelaan in Upington tot december 1969. Daarna verhuisde hij naar Prieska aan de rand van de Kalahari-woestijn. Daar bouwde Kees met eigen handen een kerkzaal. Het pionierswerk zat hem in het bloed. Hard werken en niet te veel praten. Na 8 jaar Prieska mocht Kees naar Kakamas. Ook daar bouwde Kees een grote, prachtige, moderne kerk en een veertigtal huisjes voor bejaarden, gaf bijbelles aan de leiding van vier grote jeugdverenigingen en reed met zijn ‘bakkie’ naar de buitenstaties om daar de Eucharistie te vieren. Onderweg pikte hij de mensen langs de weg op om mee te rijden naar de kerk.
    In juli 2001 keerde Kees terug naar Nederland, deels vanwege zijn gezondheid en ook omdat hij vond dat eigen priesters het stokje over moesten nemen. Hij ging in Tilburg wonen en was tot het laatst van zijn leven zeer actief. Op vele plekken was hij voorganger in de Eucharistie. Hij bereidde deze vieringen minutieus voor. Hij zag dit als zijn voornaamste taak. De overgang van Zuid-Afrika naar Nederland viel hem niet gemakkelijk. Hij had moeite met de Nederlandse mentaliteit, zeker waar het ging om kerk en geloof. Zijn Afrikaanse tongval raakte hij niet kwijt. Zijn levensstijl bleef zeer sober. Communiceren over de dingen die hem bezig hielden, was voor hem zeer moeilijk. Gevoelens uiten was hem vreemd. Dat maakte het moeilijk zowel voor hemzelf als voor de mensen om hem heen. Zeker toen hij ziek werd. Gelukkig was er de goede band met zijn familie en zijn zus Mechtild, waar hij op steunde en waar hij ook dankbaar voor was. Zijn ziekte sloopte zijn krachten. Soms waren er kleine vonkjes van hoop, maar zijn situatie werd steeds zorgelijker, totdat hij uiteindelijk - op het feest van Allerzielen - zijn leven heeft teruggegeven aan zijn Schepper, aan Wie hij zijn leven lang trouwe dienst heeft bewezen in Zuid-Afrika en ook nog vele jaren hier. Gelukkig heeft hij afgelopen jaar zijn gouden priesterfeest nog mogen vieren, zodat zijn leven en werken het gouden randje hebben gekregen, dat hij verdiend heeft. We hopen en bidden dat hij nu een thuis gevonden mag hebben, een thuis van vrede en dat hij voorgoed mag leven op de Adem van God in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.

    Familie Donkers
    Oblaten van Franciscus van Sales.
  • Cor Reniers osfs   21 februari 1924 - 02 september 2013

    Dick Hendriks osfs Cor werd geboren te Utrecht op 21 februari 1924 en trad toe tot de Congregatie van de Oblaten van de H. Franciscus van Sales op 30 augustus 1945. Op 2 augustus 1950 werd hij door Mgr. W. Mutsaerts in Udenhout tot priester gewijd. Vele jaren heeft hij zijn beste krachten gegeven aan de Congregatie als leraar. Daarna was hij als pastor werkzaam in Venlo-Blerick, Grashoek en het klooster verzorgingshuis Mariëngaarde te Aarle-Rixtel.
    Na een liefdevolle verzorging in Woon-Zorgcentrum Joannes Zwijsen overleed hij te Tilburg op 2 september 2013. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij op 7 september 2013 afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders in Tilburg.

    Cor zijn wieg stond in Utrecht. Toen hij twee was verhuisde het gezin naar Amsterdam. Daar heeft hij zijn jeugdjaren doorgebracht, volgde er het gymnasium aan het Ignatiuscollege, maakte zijn noviciaat in Nijmegen en studeerde filosofie en theologie in Beek en Donk.
    Na zijn wijding vroeg zijn provinciale overste hem om twee jaar wiskunde te gaan geven aan ons kleinseminarie Ave Maria te Tilburg. Hij volgde MO wiskunde aan de leergangen aldaar. Cor was een van de docenten, van wie we het gevoel hadden, dat ze zelf geloofden in hun vak. Hij bereidde zijn lessen tot in de puntjes voor en had een eindeloos geduld om de ingewikkelde wiskundige formules uit te leggen. Uiteindelijk heeft hij geen twee jaar maar tweeëndertig jaar les gegeven. Na Ave Maria op de kweekschool in Tilburg en van 1963 tot 1982 aan het Blariacum college te Blerick. In 1974 werd hij tevens benoemd tot kapelaan in Blerick en in 1979 tot pastoor in Grashoek. Hij woonde daar samen met zijn zus Antoinette op de pastorie.
    Het werd een zware tijd voor Cor, de weerstand van parochianen nam steeds meer toe. De situatie werd onhoudbaar en onleefbaar. In 1990 stierf Antoinette en in 1991 nam Cor gedwongen het besluit om te stoppen als pastoor. De congregatie kocht voor hem een huis in Aarle-Rixtel en Cor werd er vaste assistent bij de zusters van Liefde in Mariëngaarde waar hij elke dag voorging in de eucharistieviering.
    De zusters hadden graag met hem van doen en Cor kwam in rustiger vaarwater na de turbulente jaren in Grashoek. Hij kreeg meer tijd voor zijn hobby's: zijn postzegelverzameling, biljarten, sport kijken op de televisie. Regelmatig trok hij er op uit om musea en tentoonstellingen te bezoeken en niet te vergeten zijn familie. Cor was zeer gehecht aan hen en als je hem bezocht kon hij hele verhalen vertellen over zijn vader en moeder, zus Antoinette en de verdere familie. Hij was daarin niet te stuiten en vertelde tot in detail.
    Zijn gezondheid werd minder en Cor verhuisde in 2008 naar Joannes Zwijsen: eerst naar een appartement en later naar de zorg. Zijn lichaam werd zwakker, zijn krachten minder, zijn stem zwakker, zijn ogen fletser. Meer en meer keerde hij in zichzelf. Steeds vaker kreeg je als antwoord: "Weet ik niet, ben ik vergeten". Zijn heftige reacties en buitensporige emoties waren verdwenen. Gelaten liet hij alle zorg toe. Hij was voor de verzorging een vriendelijke man, dankbaar voor alle aandacht die hij mocht ontvangen van familie, medebroeders, verzorging en mantelzorg.
    Langzaam is het kaarsje van zijn leven uitgedoofd. In alle vrede is hij overleden.
    Cor heeft zijn doel, dat hij nooit uit het oog verloor bereikt: à Dieu. Hij heeft zelf door zijn gelovig vertrouwen aangegeven, dat er een God is, dat Zijn goddelijke kracht hem draagt in zwakheid en menselijke onmacht. Die kracht putte hij uit het dagelijks vieren van de eucharistie en zijn breviergebed. Hij is nu thuis bij God, geborgen in zijn liefde voor eeuwig.

    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.

    Familie Reniers
    Oblaten van Franciscus van Sales.
  • Pater Dick Hendriks osfs   25 februari 1930 - 22 juni 2013

    Dick Hendriks osfs
    Geboren te Rotterdam op 25 februari 1930, trad Dick op 31 augustus 1952 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Hij werd tot priester gewijd op 21 juli 1957. 21 jaar lang was Dick aalmoezenier bij de Koninklijke Landmacht. Op 22 juni 2013 is hij, voorzien van het Sacrament van de zieken, thuis overleden. Op 28 juni 2013 hebben we met een plechtige Eucharistieviering afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders in Tilburg.
    Dick groeide op in Schiedam. Na de lagere school verruilde hij Schiedam voor Tilburg, Ave Maria, het klein seminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Na zijn hogere studies en priesterwijding was hij enkele jaren werkzaam in de missieprocuur, als huiseconoom en assistent in de parochie van Herveld. In 1961 kreeg hij als prefect de zorg voor de studenten op Ave Maria tot 1965. Daarna werd hij benoemd tot legeraalmoezenier. Dit beleefde hij als zijn mooiste tijd. Hij werd gekenschetst als een aalmoezenier waar je niet om heen kon. Hij was er voor zijn 'mannen', zowel geestelijk als ook materieel. Hij liet zijn militairen zien en voelen, dat aandacht voor de minstbedeelden belangrijk was. Jarenlang ondersteunde hij het Huis van geluk van Zr. Truus in Pakistan. Meermalen nam hij met zijn manschappen deel aan de Nijmeegse Vierdaagse. Hiervoor kregen zij vier keer de hoogste militaire groepsonderscheiding. Mede door hem werd het militair tehuis een ontmoetingsplek voor iedereen. De grote kracht van Dick lag in het taai volhouden. Hij was er altijd al die jaren in Havelte, Seedorf en Langemannshof, een pastor in hart en nieren met zijn aanwezigheid en zijn gebed.
    Na zijn pensionering ging Dick in Rheden wonen dichtbij zijn zus Cor en zwager Ben. De band met zijn broers en zussen was voor Dick belangrijk, hij genoot van het samenzijn. Zo lang hij kon ging hij jaarlijks op vakantie bij broer Ben en zijn gezin in Canada.Ook als pastor bleef Dick actief. In de parochie van Rheden bood hij zijn diensten als pastor aan en was een zeer geziene voorganger in de vieringen. Daarnaast was hij lid van het bestuur van de Oblaten in Nederland. Hij genoot van de dingen van alledag, had een gezonde levensstijl, was actief en altijd in beweging.
    En dan plotseling in de zomer van 1995 wordt hij getroffen door een ernstig herseninfarct.
    Ondanks therapie en logopedie komt Dick er gehandicapt uit. Levenslang zal hij moeten leven met afasie. De manier waarop hij na opstandigheid het een plaats heeft gegeven dwingt bewondering af. Maar ook de zorg en de aandacht en het geduld van zijn familie. De laatste jaren had Dick een appartement in het verzorgingshuis Joannes Zwijsen. Hij genoot van de vriendschap van zijn medebroeders en zat weer vol grapjes. Enkele weken geleden werd hij opnieuw getroffen door een herseninfarct. Niet meer kunnen spreken en kunnen slikken: Dick gebaarde in volle bewustzijn: "Het is zoals het is." Als het ware verontschuldigend: "Ik kan er ook niks aan doen".
    Hij heeft gelaten zijn ziekte gedragen en was dankbaar tot het laatst voor alle hulp en belangstelling. Wel hield hij zoals altijd de regie zelf in handen. Dankbaar was hij voor het feit dat hij liefdevol verzorgd kon worden in de Hazelaar en Joannes Zwijsen.
    Dick dank je wel voor alles. Langzaam is het kaarsje van je leven gedoofd. Moge je nu leven in het eeuwige licht en de eeuwige liefde van God.

    Voor uw medeleven en belangstelling tijdens zijn leven, zijn ziek zijn, als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank
    Familie Hendriks
    Oblaten van Franciscus van Sales.
  • Pater Gerard Blom osfs   26 februari 1928 - 17 januari 2013

    Gerard Blom osfs
    Geboren te Haarlem op 26 februari 1928, trad Gerard op 29 augustus 1950 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Hij werd tot priester gewijd op 26 juli 1956. Na zijn wijding werd hij leraar geschiedenis op Ave Maria te Tilburg. Studeerde geschiedenis in Groningen en werkte als pastor in Duitsland. Jarenlang was hij biechtvader voor bedevaartgangers in Lourdes.
    Gerard is plotseling overleden op 17 januari 2013 in Haus St. Augustinus te Hennef-Altenbödingen, Duitsland. Op 26 februari 2013, zijn verjaardag, hebben we met een plechtige Eucharistieviering afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders in Tilburg.
    Gerard groeide op in Haarlem als oudste in een gezin van negen kinderen. Zijn vader was ambtenaar bij de post. Als kind al was hij erg geïnteresseerd in kerkelijke zaken. Hij was als misdienaar diep onder de indruk van de pracht en praal in de liturgie van die tijd. Al heel jong kwam bij hem de gedachte op om priester te worden. Eigenlijk wilde hij naar het seminarie van het bisdom van Haarlem. Maar het was het einde van de oorlog en daar namen ze geen studenten aan. Zo kwam Gerard in 1945, als 17 jarige, via de broer van een vriend, in Tilburg bij de Oblaten. Na Tilburg volgden noviciaat in Nijmegen en de hogere studies in Beek en Donk. Na zijn wijding op 26 juli 1956 door Mgr. C. Kramer OFM in de parochiekerk van Brakkenstein in Nijmegen, werd hij benoemd tot leraar geschiedenis op Ave Maria in Tilburg.
    In 1960 ging Gerard studeren in Groningen, waar hij zijn doctoraal geschiedenis behaalde. Al in die jaren assisteerde hij als pastor in Duitsland en zag de priesternood in de diaspora-gebieden. In 1973 werd hij tot pastoor benoemd in de parochie van St Martinus in Nörten-Hardenberg. Hij bleef er tot 1985. Toen verhuisde hij naar Hennef-Altenbödingen. Hij werd daar rector van de zusters en assistent in de parochie. Dit combineerde hij met jaarlijks 6 weken pastoraat in Lourdes, waar hij vele uren doorbracht met pastorale gesprekken in de biechtkapel. 25 jaar lang heeft hij dit gedaan. Intussen veranderde de situatie in Altenbödingen. Het huis werd steeds meer een verzorgingshuis voor bejaarden. Maar Gerard bleef hun pastor, trouw en toegewijd. Met de drie zusters uit India vierde hij elke morgen om 7 uur de eucharistie, las zijn krantje en was er voor de mensen.  Dit was zijn thuis.
    Zolang hij kon was Gerard een trouwe bezoeker van onze Oblatenbijeenkomsten. De laatste jaren werd hem dit onmogelijk vanwege zijn leeftijd, maar vooral vanwege zijn rugproblemen. De reis werd voor hem eenvoudig te zwaar. Hij bleef tot het laatst toe met hart en ziel op ons betrokken. "Bloei waar je bent geplant", is de kortste samenvatting van de spiritualiteit van Franciscus van Sales. Overal waar Gerard heeft gewoond en gewerkt bloeide hij voluit, maakte er vele vrienden en vriendinnen, met wie hij intensief contact onderhield.
    Wat was hij blij en dankbaar dat zijn familie een paar maanden geleden nog enkele dagen bij hem op bezoek was. Hij en zij hebben intens genoten, niet wetend dat dit de laatste keer zou zijn. Zondagmorgen 17 februari 2013 werd hij dood op zijn kamer aangetroffen. De verslagenheid onder de bewoners was groot. Gerard was er altijd, ze konden altijd op hem rekenen en nu plotseling was hij niet meer.
    We zijn hem dankbaar voor zijn trouw, zijn toewijding en zijn geloof. Hij vertrouwde rotsvast op God als bron van liefde en trouw. Moge hij die trouw van God nu ervaren en leven in Zijn liefde.
    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.
    Familie Blom
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Pater Gerard van der Voort osfs   25 juli 1925 - 28 augustus 2012

    Gerard van der Voort
    Gerard van der Voort werd geboren te Zeist op 25 juli 1925 en hij trad toe tot de Congregatie van de Oblaten van de H. Franciscus van Sales op 10 september 1946. Op 16 januari 1952 werd hij tot priester gewijd door Mgr. F. Esser osfs in Beek en Donk. 14 jaar lang werkte hij daarna als missionaris in Namibia. Vanaf 1966 was hij werkzaam in de zielzorg in Duitsland. Van 1972 tot 2005 was hij pastoor van de parochie Sint Walburga in Alpen - Menzelen. Tot enkele maanden voor zijn dood bleef hij beschikbaar voor 'zijn'parochianen.
    Gerard overleed op 28 augustus 2012 na een liefdevolle verzorging eerst in Woonzorgcentrum Joannes Zwijsen en daarna in Verpleeghuis 'de Hazelaar' te Tilburg. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders in Tilburg.
    Gerard is opgegroeid in een gelovig gezin met vijf broers en drie zussen. "We waren goed en degelijk katholiek", vertelde hij. Zijn ouders hadden een wasserij, maar Gerard wilde missionaris worden. Hij ging naar de paters van de SVD in Soesterberg, maar voelde er zich niet thuis. Via via kwam hij terecht op Ave Maria, het kleinseminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales in Tilburg, deed het noviciaat in Nijmegen en zijn theologiestudie in Beek en Donk.
    Na zijn priesterwijding vertrok hij op 6 juni 1952 met de 'Oranje Fontein' samen met Nico Bergkamp naar de missie, naar Namibië. Daar kwam hij op de missiestatie van Mariental. 14 Jaar heeft hij zich daar ingezet voor de 'minsten der Mijnen', voelde zich machteloos tegenover de apartheid en leed daar erg onder.
    In 1966 is Gerard teruggekomen naar Nederland. Zijn moeder was gestorven en hij kon de moed niet meer opbrengen om terug te gaan naar de missie. Maar zijn missieijver bleef. Vanuit zijn parochie Menzelen heeft hij vele projecten in Brazilië ondersteund.
    Hij werd pastor in Duitsland. Met Nederlandse medebroeders werkte hij enkele jaren in de parochie van Mühlheim. Vanaf 1972 was hij pastoor in de parochie St. Walburga in Menzelen. Daar bloeide hij op, daar kon hij mens zijn, pastoor zijn met hart en ziel.
    Franciscus van Sales zegt: "Probeer om datgene wat je doet zo goed mogelijk te doen en doe dat met hart en ziel". Met grote toewijding, met hart en ziel heeft Gerard gewerkt. Met hart en ziel was hij er voor mensen die aan zijn deur klopten, met hart en ziel was hij bij de zieken, met hart en ziel betrokken bij de kinderen en de school.
    Met een luisterend oor een meelevend hart en zijn eigen humor was hij er dag in dag uit, jaar in jaar uit, 33 jaar lang. Hij stond en leefde te midden van hen, hij was een van hen. Hij gaf zich helemaal zoals hij was.
    Hoewel hij een zwak hart had was hij onvermoeibaar, zijn hart klopte sterk en warm voor alle mensen en niets was hem te veel. Hij was helemaal met Menzelen en de mensen daar vergroeid. Het was zijn leven.
    De laatste jaren kwamen de gebreken van de oude dag. Hij ging van ziekenhuis naar revalidatiecentrum en het was zijn ijzeren wil die hem steeds weer op deed krabbelen. De laatste maanden waren zwaar voor hem, zijn lichaam, maar ook zijn geest werd zwakker. Zijn sterke wil en vechtlust ontbraken. Hij keerde in zichzelf, herkende zijn familie, zijn goede vrienden en medebroeders niet meer. Hij verlangde naar het einde. Augustinus zegt: "onrustig is ons hart totdat het rust in God".

    Moge jij Gerard rusten in vrede bij God en leven in Zijn eeuwige licht. In dat geloven geven we je uit handen, in grote dankbaarheid wat je voor ons allen hebt betekend.

    Voor uw verbondenheid met Gerard tijdens zijn leven en uw medeleven en belangstelling tijdens zijn ziekte en overlijden zeggen wij u hartelijk dank.
    Familie van der Voort.
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Pater Frans Aarts osfs   13 december 1926 - 06 juni 2012

    Frans AartsOp 13 december 1926 was er vreugde bij de familie Aarts in Gilze om de geboorte van het eerste kind, een zoon. Met de namen Franciscus, Cornelis, Johannes werd hij gedoopt in de parochiekerk van St. Petrus Banden. Hij volgde er de lagere school, werd misdienaar en al heel vroeg wist hij wat hij wilde worden. Geen schoenmaker zoals zijn vader, maar priester. Zijn vader zat er mee in zijn maag, want hoe moest hij die studie betalen? Er waren namelijk 8 kinderen.
    Frans vertelde daarover: "De seminaries in de buurt die zaten allemaal in Tilburg. Op een zondag ben ik met mijn vader naar vier seminaries geweest. En bij het laatste, Ave Maria, zei ik tegen mijn vader: hier wil ik naartoe. Ik weet niet, er was een sfeer die meer bij mij paste. De pater die ons sprak was een eenvoudige man, hij praatte niet deftig of zo, het was net alsof hij zich al ontfermde over mij, van kom jij maar hier manneke. Niet vanuit allerlei normen, maar met een soort warmte en nabijheid, van kom jij maar hier naar toe, jij bent welkom. Daar wou ik meteen naar toe. En ik zei het ook tegen mijn vader en die was er blij mee, want het was ook het goedkoopste. Zo kwam ik dus in 1940 op Ave Maria."
    Frans doorliep glansrijk de studie op het kleinseminarie, volgde het noviciaat in Nijmegen en legde daar op 1 september 1947 zijn eerste gelofte af. Na 6 jaar grootseminarie werd hij op 4 augustus 1953 in de kapel van de paters kapucijnen te Udenhout door Mgr. Mutsaerts tot priester gewijd. Hij studeerde moraaltheologie aan de universiteit van Nijmegen en kwam op 2 juli 1956 als doctorandus in Donk terug, waar hij tot 1958 prof was in studiehuis St. Jozef en assistent in de Leonardusparochie van Beek en Donk. Daarna was hij drie jaar assistent in de parochie van Wolvega. In 1961 werd Frans staflid van het vormingswerk Pro Mundi Vita in Nijmegen. In vele gespreksgroepen heeft hij daar gewerkt en mensen vertrouwd gemaakt met de veranderingen van het tweede Vaticaans concilie. Velen denken daar nu nog met dankbaarheid aan terug. In die tijd leerde hij ook Nellie Breed kennen, met wie hij een liefdevolle vriendschap opbouwde.
    Vanaf 1969 tot 1986 was Frans docent catechese aan het Canisius –Mater Dei college. Van 1971 tot 1984 woonde hij in een leefgemeenschap in ons vroegere Noviciaat huize 'Den Ordel' in Nijmegen.
    In 1984 verhuisde Frans samen met Nellie Breed naar de Emmalaan in Nijmegen. Samen met Nellie legde hij zich toe op Reiki en hun huis werd een centrum voor opleiding daarin. Verschillende keren ging hij naar Bosnië, om daar mensen die leden aan trauma's uit de oorlog te begeleiden. In de buurt was hij voor velen een aanspreekpunt en de kinderen waren dol op hem. Hij genoot van zijn moestuin. Hij vond het heerlijk om met zijn handen in de aarde te wroeten en te oogsten wat het werk van zijn handen en de natuur hem bracht. Daarnaast was hij een verwoed biljarter.
    Vanaf de start was hij lid van de redactie van Salesiaans Contact en verzorgde ook vele jaren Post van Monseigneur. Trouw bezocht hij de bijeenkomsten van zijn medebroeders. Hij vond zichzelf uniek, als mens. Frans had goede eigenschappen, hij had zelfs een paar heel bijzondere eigenschappen. Frans verlangde en groeide naar ingekeerdheid Hij hield van Frans van Sales, die net als hij dicht bij God leefde. Frans van Sales beleefde dat in de vroege morgen in de stilte van zijn huiskapel, maar meer nog in de beminnelijke zachtheid waarmee hij God mocht delen met vele mensen. Frans voelde zich verwant met die Franse Frans. Onze stichter Louis Brisson zou ons later onophoudelijk aanmoedigen om te 'leven in Gods tegenwoordigheid'. Ook dat sprak Frans aan en deed hem zeggen: "Mijn adem en Gods adem gaan steeds meer samen".
    Hoewel Frans zijn gezondheid de laatste jaren steeds kwetsbaarder en brozer werd, bleef hij optimistisch, was dankbaar voor elke nieuwe dag en de zorg en liefde waarmee Nellie hem omringde. Tot het laatst toe bezocht hij de bijeenkomsten van de Oblaten, was trots op zijn fruitboompjes die hij in de lente nog had geplant. Nog vrij onverwacht stierf hij op woensdagmorgen 6 juni in het Wilhelmina Canisius ziekenhuis te Nijmegen. Maandag 11 juni hebben wij in de Boskapel in Nijmegen afscheid van Frans genomen en hem daarna begraven op het kerkhof van de H. Landstichting.
    Als je de grens van de dood passeert kom je in een grote ruimte.
  • Pater Jan van Duijnhoven osfs   30 september 1928 - 19 januari 2012

    Jan van DuijnhovenTer dankbare herinnering aan Pater Jan van Duijnhoven Oblaat van Franciscus van Sales, Lid van de orde van Oranje-Nassau.
    Geboren te Groesbeek op 30 september 1928. Hij trad toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales op 4 september 1949 en werd op 5 maart 1955 te Nijmegen tot priester gewijd door mgr. W. Mutsaerts.
    Hij overleed, na een liefdevolle verzorging en gesterkt door het Sacrament van de Zieken, in Glorieux in Eindhoven op 19 januari 2012. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen op 28 januari 2012 in de kapel van Glorieux te Eindhoven, waarna we hem hebben begraven bij zijn medebroeders in Eindhoven.

    "Ik heb lang en gelukkig geleefd
    Mij met weinig tevreden gesteld
    Niets gevraagd en veel gekregen
    En ik ben, van alle goede dingen voldaan,
    zachtjes ter Gode gegaan."

    Deze korte tekst, gevonden in zijn aantekeningenboekje, dat is Jan. Hij heeft altijd heel sober geleefd, is in zijn leven op vele pastorale terreinen actief geweest. In de congregatie van leraar tot provinciaal. Nooit heeft hij om een of andere functie gevraagd of er naar gesolliciteerd, het werd hem toegeschoven en Jan maakte er het beste van. Hij had vele talenten, maar liep er niet mee te koop. Hij was een wijs man, maar liet er zich niet op voorstaan. Zijn hele leven was doordesemd van de Salesiaanse Spiritualiteit. Hijzelf zegt daarover: "Waar ik goed mee vooruit kan, dat zijn al die aansporingen tot rust, kalmte en geduld, die liggen me wel. Omdat ik zelf die aard ook heb, denk ik. Ik ben niet zo'n hardloper. Je moet je rust en je kalmte bewaren, schrijft Franciscus.
    Gelijkmoedigheid, daar gaat het om. Ik kan van mezelf zeggen, dat zit een beetje in de aard, als er iets nieuws gepresenteerd wordt eerst even rustig bekijken. Niet meteen gaan rennen en overal op in gaan. Daarnaast zachtmoedigheid en vriendelijkheid."

    En dan, daar zit eigenlijk het meeste in: "Bloei waar je bent geplant." Dat staat er niet letterlijk, dat is geconcludeerd uit het geheel van zijn teksten. "Dat aspect, zoek het niet elders. Dat vind ik belangrijk. Ga niet naar een ander."

    Diezelfde gedachte vind je terug in de parabel van de zaaier uit het Evangelie: "de zaaier ging uit… maar God geeft de groeikracht." Deze tekst koos Jan - misschien ook als boerenzoon - voor alle vieringen bij zijn jubilea.
    "De mens mag mesten, ploegen, zaaien, wieden en oogsten. Hij draagt er zorg voor dat Gods akker er fatsoenlijk bij ligt. Het is een voorrecht werktuig te zijn van de schepper. De levensvatbaarheid komt van God. Persoonlijk huldig ik de stelling dat in het leven alles neerkomt op het onderhouden van warme banden. De blijde boodschap gedijt het beste bij een goede verstandhouding. Het belang van open relaties heb ik altijd en overal ervaren en geprobeerd die te onderhouden."
    Belangrijker dan de weg die je gaat, is het spoor dat je achterlaat. Jan laat ons een spoor na van trouw, eenvoud, humor, wijsheid. Een spoor getekend door diep geloof en gevormd door de Salesiaanse Spiritualiteit. Een wijs mens, die ontzettend goed kon luisteren en vol humor zat.
    Toen hij ziek werd, heeft hij vanuit die gelijkmoedigheid zijn ziekte gedragen en was dankbaar tot het laatst voor alle hulp en belangstelling. Dankbaar voor het feit dat hij liefdevol verzorgd kon worden bij de Zusters van Barmhartigheid in Glorieux, met wie hij 40 jaar een nauwe pastorale band had.
    Voor uw medeleven en belangstelling, zowel tijdens zijn leven als nu na zijn overlijden, zeggen wij u hartelijk dank.
    Familie van Duijnhoven
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Pater Jos van den Broek osfs   5 december 1924 - 2 december 2011

    Jos van den BroekGeboren te 's-Hertogenbosch op 5 december 1924, trad Jos op 10 september 1946 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Hij werd priester gewijd op 18 juli 1951. Daarna werd hij leraar en vervolgens bedrijfsaalmoezenier. Hij was 25 jaar aalmoezenier bij de Koninklijke Luchtmacht en van 1991 tot 2008 pastoor van de Levenskerk te Oisterwijk. Na dit rijk gevulde leven overleed hij toch nog vrij onverwacht op 2 december 2011 te Tilburg. In een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen op 10 december 2011 in zijn Levenskerk te Oisterwijk. Daarna hebben we hem begeleid op zijn laatste tocht naar het crematorium te Tilburg.

    Hoe kunnen we ons Jos beter herinneren dan met woorden uit zijn eigen hart. Woorden, die zeggen wat voor hem belangrijk is geweest; die meer dan zestig jaar lang de drijfveer zijn geweest voor zijn priesterleven. Hij schreef er over in de 'Nieuwsbrief Levenskerk':

    "Licht dat ons aanstoot in de morgen.
    Het is opvallend dat een gedicht van Huub Oosterhuis zo graag gezongen wordt.
    Licht dat ons aanstoot in de morgen
    Voortijdig licht waarin wij staan,
    Koud, één voor één en ongeborgen,
    Licht overdek mij, vuur mij aan.


    In dit eigentijdse lied vinden wij niets terug van de traditionele kerkleer, niets van de klassieke beelden uit de christelijke traditie. Maar kennelijk raakt het veel mensen in hun gemis en hun heimwee, het gemis en het heimwee dat God in onze ziel heeft gelegd.
    Het licht wordt bezongen. Is het het Lumen Chirsti, het licht van Christus? Het wordt nergens met evenveel woorden gezegd. Ja, in die laatste regels: "Liefste der mensen, eerstgeboren, licht, laatste woord van Hem die leeft." Maar verder is het lied vol zoekende woorden, tastende beelden: "Licht, van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint. Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind." Poëtische woorden die een geheim in zich bergen, maar die tegelijkertijd gevoelig maken voor dat geheim, die iets openbaren van het licht dat ons in Christus geschonken is. Dit lied geeft heel duidelijk weer dat het gaat om het beleven van onszelf als ontstoken aan zijn licht, opdat wijzelf licht zijn. Ook dat "licht zijn van licht" kun je diep in jezelf beleven door het vuur in jezelf brandend te houden, je geestdrift om Hem. Ook dat kan alleen als je je telkens weer met Hem verenigt in gebed."

    Wij danken Jos voor zijn leven en werken, voor zijn vriendschap en liefde, in onze congregatie, in zijn familie en in 'zijn' parochie, voor de mensen die hem hebben begeleid totdat hij alleen verder moest gaan. Moge hij nu leven in dat vaderlijke licht, gedragen en gezien door de Eeuwige.

    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven, tijdens zijn ziekte en na zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.

    Familie van den Broek
    Oblaten van Franciscus van Sales
  • Broeder Gerardus van Horck    8 april 1930 - 24 juli 2010

    Broeder Gerardus van HorkGerardus werd geboren in het pittoreske rozendorp Lottum. Daar groeide hij op als vijfde kind in een gezin van elf kinderen. Na de lagere school ging hij naar het klein seminarie 'Ave Maria' in Tilburg. De studie bleek echter te zwaar voor hem. Langzaam groeide in hem het verlangen om broeder missionaris te worden. Hij ging in Tilburg werken bij aannemersbedrijf Lips. Daar leerde hij het vak.
    Na zijn eerste gelofte ging hij naar Beek en Donk. Daar had hij mooie en goede jaren. Op 25 oktober 1957 vertrok hij naar de missie in Zuid-Afika. Al die jaren heeft hij gewoond in Keimoes. Gerardus ging aan het werk, was er architect, aannemer, uitvoerder en metselaar.
    Hij tekende en bouwde vele kerken, scholen en het noviciaat voor aankomende Oblaten in Keimoes. Hij sjouwde van de vroege morgen tot de late avond en gaf er zijn beste krachten.
    Naast zijn werk kon hij zich uitleven in zijn hobby van fotograferen en filmen.
    Begin jaren '90 openbaarde zich suikerziekte. Zijn krachten werden minder, hij voelde dat het zware werk niet meer kon en nam het kloeke besluit om terug te keren naar Nederland. Hij kwam in het verzorgingshuis Joannes Zwijsen bij de fraters van Tilburg. Vond een nieuwe hobby in het gieten van beeldjes. Dagen zat hij in de kelder, die volstond met allerlei beeldjes, gemaakt van gips en fijn beschilderd. Zijn suikerziekte begon hem steeds meer parten te spelen.
    Beetje bij beetje moest hij inleveren: zijn zien, zijn mobiliteit. Zijn gezondheid werd broos en breekbaar. In dat alles bleef hij echter vertrouwen op Gods voorzienigheid. "Hij weet wat het beste voor me is", schreef hij eens. "De Goede Mening is de basis van mijn geestelijk leven." Ook vond hij veel steun in het lezen van de Schrift, in de geestelijke lezing en in het dagelijks bidden van de rozenkrans.
    Tot op het laatst bleef de nauwe band met zijn familie. Zij waren hem zeer dierbaar. Ook het rozendorp Lottum bleef een belangrijke plaats innemen in zijn hart.
    De bloeiende rozen, die hijzelf in Keimoes heeft geplant, zijn een blijvend aandenken aan Gerardus' leven en werken. We vertrouwen erop, dat hij nu voorgoed mag bloeien in het eeuwige paradijs.
    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank.
  • Pater Louis van der Raadt osfs   14 februari 1928 - 11 april 2009

    Pater Louis van der RaadtLouis van der Raadt werd geboren op 14 februari 1928 te ‘s-Gravenhage, legde zijn eerste gelofte af in de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales te Nijmegen op 4 september 1949 en werd op 5 maart 1955 door Mgr. Mutsaerts tot priester gewijd.
    Eind 1956 vertrok hij als Missionaris naar Brazilië. Op 10 april 2009, Goede Vrijdag, is hij te Carinzinho, Brazilië, overleden en op 11 april 2009, Paaszaterdag, te Jabbotticaba begraven.
    Toen Louis in 2005 zijn gouden priesterjubileum vierde, vertelde hij tijdens de preek over een belangrijke gebeurtenis, die allesbepalend was voor de rest van zijn leven.
    “Na het bezoek aan een familielid, toen al op hoge leeftijd, missionaris in Azië, herinner ik me dat ik tegen mijn ouders zei: ik wil ook missionaris worden, want als deze pater overlijdt, zal er een andere zijn met dezelfde familienaam.”
    Zo kwam Louis in september 1940, op 12 jarige leeftijd, naar het Missiehuis Ave Maria in Tilburg, kleinseminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales.
    Na zijn priesterwijding werd hij benoemd tot leraar aan ditzelfde seminarie.
    Een jaar later werd hij als missionaris uitgezonden naar Brazilië, hij was de eerste Nederlandse Oblaat die naar Brazilië ging.
    Hij kwam in Dom Pedrito en leerde er de taal. Voor Louis was dat geen probleem, want hij had een talenknobbel. Hij sprak vele talen vloeiend.
    Na in Brazilië ingeburgerd te zijn te zijn ging hij werken op het kleinseminarie van de Oblaten in Braga.
    Vele jaren was hij actief als leraar, maar ook voor de werving van roepingen. In deze taak trok hij veel jonge mensen aan voor het Oblatenleven, onder hen de huidige Generale Overste van onze Congregatie, Pater Aldino Kiesel.
    Louis heeft op meerdere plaatsen in Brazilie gewoond en gewerkt. Ten dienste van de Zuid-Amerikaanse Provincie van de Oblaten werkte hij een aantal jaren in Uruguay en Ecuador.
    Vooral de laatste 15 jaar heeft hij veel tijd doorgebracht achter de computer. Uit het salesiaanse erfgoed heeft hij veel teksten vertaald in het Portugees en Spaans en zo toegankelijk gemaakt voor de Braziliaanse Oblaten.
    Sprekend over zijn roeping zei hij: “Elke roeping is een mysterie van God’s genade. Ik ben ervan overtuigd dat, in heel veel gevallen, de roep zich laat vernemen van kindsbeen af, al is het dan versluierd.
    Als Oblaat van Franciscus van Sales heb ik twee dingen te zeggen: ten eerste verwondering. Verwondering, omdat ik niet begrijp waarom ik werd geroepen voor deze levenswijze, die ongetwijfeld een groot voorrecht van God’s genade is.
    Ten tweede dankbaarheid. Dankbaarheid, omdat ik ervan overtuigd ben dat de ontvangen roeping zich niet baseert op talenten en nog minder op persoonlijke verdiensten. Rest mij één hoop: de verwerkelijking van wat de H. Augustinus zegt: ‘God compenseert Zijn eigen gaven.’”
    Voor zijn leven en roeping kunnen we slechts zeggen: Dank je wel Louis.
    Moge jij verder leven in het Licht van de Verrezen Heer.
  • Pater Leo Heijnen osfs   01 december 1918 - 02 mei 2008

    Pater Leo HeijnenGeboren te Voorburg op 1 december 1918 trad Leo op 3 oktober 1937 toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales.

    Hij werd priester gewijd op 16 juli 1942. Na zijn priesterwijding werd hij docent en professor aan de opleiding van zijn Congregatie. Op 31 december 1966 benoemde de Bisschop van Breda hem tot bouwpastoor van de parochie “De Verrezen Christus” te Terneuzen. Hij bleef daar werkzaam tot zijn emeritaat op 1 januari 1994. Voor al zijn verdiensten ontving hij in 1991 de Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij overleed gesterkt door het Sacrament der Zieken in Gent op 2 mei 2008.
    Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen op 7 mei 2008 in Terneuzen en op 9 mei 2008 in Tilburg waarna we hem hebben begraven bij zijn medebroeders.
    Op 11-jarige leeftijd kwam Leo naar Tilburg naar het klein seminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Deze Congregatie was een goed jaar geleden vanuit Duitsland in Tilburg gekomen. Het seminarie bestond uit twee kleine huisjes in de Vogelstraat in Tilburg. Toen Leo daar met zijn ouders aankwam en ze alles gehoord en gezien hadden vroeg zijn vader: “Ga je mee naar huis?”. “Ik snap nog niet dat ik toen gebleven ben”, vertelde hijzelf vaak. Leo heeft de hele geschiedenis van de Nederlandse provincie meegemaakt. Samen met 4 andere Oblaten werd hij in de kapel van de paters van de H. Geest te Gemert door Mgr. Mutsaerts tot priester gewijd. Het was oorlogstijd en veel Duitse Paters waren opgeroepen om te dienen in het leger. Dus moest de jonge garde het werk overnemen.
    Leo doceerde zodoende dogmatische theologie in Beek en Donk, was leraar in Tilburg en in Frankrijk. In 1953 werd hij professor voor de moraaltheologie aan het scholasticaat te Beek en Donk en in 1961 doctoreerde hij aan de universiteit van Nijmegen. Daarnaast was hij pastoraal actief; hij was een goed en geliefd predikant en was avonden onderweg om cursussen te geven en gespreksavonden te houden.
    In 1965 werd het scholasticaat in Beek en Donk gesloten. Eindelijk ging zijn diepste wens in vervulling om volledig te werken in het pastoraat. Hij werd door Mgr. de Vet benoemd voor Terneuzen, eerst als kapelaan in de Willibrordusparochie en op 31 december 1966 als bouwpastoor van de parochie de Verrezen Christus. Hij betrok een hoekwoning in de Corellistraat 1 waar hij tot aan zijn dood heeft gewoond.
    Het leraar zijn zat hem in het bloed, want ook in Terneuzen heeft hij daarin zijn sporen verdiend: hij gaf godsdienstles aan de basisscholen, de technische school, de christelijke nijverheidsschool te Axel en aan het Zeldenrustcollege.
    In Terneuzen voelde hij zich thuis. Het waren de mooiste en rijkste jaren van zijn leven. Leo leefde met zijn mensen mee in lief en leed. Gastvrijheid stond bij hem hoog in het vaandel. Van zijn verjaardag maakte hij een parochiefeest voor alle vrijwilligers, waarbij niemand iets tekort kwam. Leo wist te genieten van het leven. Een stijlvolle liturgieviering, opgeluisterd met prachtige zang, door het koor dat hij zelf had opgericht, gaf hem voldoening. Maar hij kon ook genieten van een spannende voetbalwedstrijd, een goed glas wijn en lekker eten.
    Leo was ook gul. Vele missionarissen mochten op zijn solidariteit rekenen en niemand klopte voor hulp tevergeefs aan zijn deur. Toen Leo op 1 januari 1994 met emeritaat ging, kreeg hij van de Bisschop verlof om in zijn huis de eucharistie te vieren. Dagelijks ging hij voor in de eucharistie voor zijn ‘kapelanen’, zo noemde hij de mensen die aanwezig waren. De laatste jaren werd zijn gezondheid minder en de laatste maand in het ziekenhuis van Gent was een lijdensweg. Moge hij nu rust vinden na alle pijn en verder leven in Gods liefde.
    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank. Familie Heijnen en Oblaten van Franciscus van Sales
  • Broeder Hans Dingjan    15 augustus 1930 - 01 januari 2008

    Broeder Hans DingjanGeboren te Haarlem op 15 augustus 1930, trad hij toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales en legde op 30 augustus 1951 zijn eerste geloften af.
    Zijn hele leven heeft hij zijn beste krachten gegeven aan de Congregatie. Hij overleed plotseling, na een liefdevolle verzorging in Woonzorgcentrum Joannes Zwijsen te Tilburg, op 1 januari 2008. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders op 5 januari 2008 in Tilburg.
    Het plotseling overlijden van Hans op Nieuwjaarsdag heeft ons allen doen schrikken. Hoewel hij broos en kwetsbaar was, had niemand dit verwacht.
    Zijn leven was niet altijd gemakkelijk. Zelf zei hij daarvan: ‘Ik heb een zwaar kruis te dragen’. Echt klagen deed hij echter nooit. Van tijd tot tijd kon hij erg gevat zijn en had, als hij zich goed voelde, de nodige humor. Het leven van Hans bestond uit zorgen. Met veel toewijding heeft hij jarenlang gewerkt in de keuken van onze huizen. Toen die werden opgeheven zorgde hij jarenlang voor het eten op de pastorie van de Jan de Doper in Amsterdam. Toen hij terecht kwam in een beschermde woonomgeving in Handel, was hij lange tijd de spil in de leefgroep.
    Hans was zeer plichtsgetrouw en heel precies, attent naar zijn familie, medebroeders en vrienden. Mensen hadden graag met hem te doen. In zijn vrije tijd heeft hij vele jaren gezongen in het koor. Daar had hij plezier in.
    Dankbaar was hij voor de zorg en de aandacht die hij kreeg van allen die hem dierbaar waren; vooral van zijn zus Toos en broer Ko, die elke week de lange reis maakten naar Handel of Tilburg om hun broer te bezoeken en het contact te onderhouden. Zij hadden een warm plekje in zijn hart.
    Hij was zeer gehecht aan zijn medebroeders. Zolang hij maar kon ontbrak hij bij geen enkele bijeenkomst of feest. De band van de liefde, waar Franciscus van Sales van spreekt, was voor hem geen loos gezegde, maar een levende werkelijkheid.
    Moge Hans verder leven in Gods liefde.
    Voor uw medeleven en belangstelling zowel tijdens zijn leven als nu bij zijn overlijden zeggen wij u hartelijk dank. Familie Dingjan en Oblaten van Franciscus van Sales
  • Broeder Salesius Broeders    13 augustus 1920 - 08 maart 2007

    Broeder Salesius BroedersGeboren te Dongen op 13 augustus 1920, trad hij toe tot de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales en legde op 1 september 1942 zijn eerste geloften af.
    Zijn hele leven heeft hij zijn beste krachten gegeven aan de Congregatie. Broeder Salesius Broeders overleed na een liefdevolle verzorging in Woonzorgcentrum Joannes Zwijsen te Tilburg op 8 maart 2007. Met een plechtige Eucharistieviering hebben wij afscheid van hem genomen en hem begraven bij zijn medebroeders op 14 maart 2007 in Tilburg.
    Adriaan Broeders koesterde een diep verlangen. Hij wilde broeder worden. Via kennissen uit Dongen kwam hij bij de Oblaten van Franciscus van Sales in Tilburg. Hij was toen 21 jaar. Hij had - na de opleiding op de vakschool voor de schoenmakerij - enkele jaren in die branche gewerkt. Had nog overwogen om voor onderwijzer te studeren, maar dat zat er niet in. Toen hij 6 jaar oud was stierf zijn vader, er was geen geld om te studeren. Toen hij intrad bij de Oblaten, kreeg hij de kloosternaam Salesius. Daar zou hij mee door het leven gaan, daarmee wordt hij gekend.
    Als eerste taak kreeg Salesius het werk in de keuken. Later was hij de schoenmaker voor alle Oblaten en de studenten op Ave Maria in Tilburg. Vele jaren heeft hij bijna dag en nacht gewerkt op de administratie voor het tijdschrift ‘Sales’. Totdat Ave Maria gesloten werd en het tijdschrift ‘Sales’ werd opgeheven. Hij verhuisde naar het Jacobusklooster aan de Broekhovenseweg.
    Jarenlang gaf hij daar de visaktes uit voor de visvereniging ‘De Ruischvoorn’, want in zijn vrije tijd was Salesius een verwoed visser. Meditatief zat hij dan aan de waterkant. In 1989 verhuisde hij naar de Pelgrimsweg en kwam met een kleine groep te wonen bij de zusters van Schijndel. Het werd een goede tijd. Hij genoot als hij ging wandelen op straat met stok en sigaar en de kinderen hem ‘opa’ noemden. Toen de zusters verhuisden, ging hij naar de Fraters, naar het Woon-Zorgcentrum Joannes Zwijsen, hij moest nog een keer verhuizen en kwam terecht op de Bredaseweg. Ook daar zag je hem regelmatig wandelen en genieten van de natuur met zijn stok, sigaar en de onafscheidelijke pet op zijn hoofd.
    Salesius was een man die heel zijn leven zich in dienst heeft gesteld van de Congregatie. Een man die zeer sober leefde, sociaal bewogen, kritisch, maar zijn mening ook altijd weer relativeerde. Een man met humor, maar ook met wijsheid. In bijeenkomsten stak hij zijn mening niet onder stoelen of banken, maar al filosoferend en goed onderbouwd, soms geëmotioneerd, legde hij die op tafel.
    Hij kon genieten van lekker eten en een goed glas wijn. Was erg gesteld op zijn familie en had een uitgebreide vriendenkring. Salesius hield van een goed gesprek, hij gaf graag zijn visie op kerk en samenleving, keek dan wijs over zijn bril met pretoogjes je aan, want er kwam een relativerende humoristische opmerking.
    De laatste jaren werd zijn gezondheid minder, het zien werd steeds slechter, lezen ging niet meer, televisie kijken, lukte als hij er boven op zat. Zijn wereldje werd kleiner, maar de belangstelling voor mensen bleef. Toen er bij hem longontsteking werd geconstateerd en hij voelde dat het einde van zijn leven naderde kon hij zich daaraan overgeven. Hij was er klaar voor. In alle rust en vrede is hij gestorven. Franciscus van Sales zegt:’Wees maar wie je bent en probeer zo goed mogelijk te zijn wie je bent.’ Salesius, bedankt voor jouw manier van leven.
  • Pater Nico Bergkamp osfs   21 april 1925 - 11 juni 2006

    Pater Nico BergkampNico Bergkamp werd geboren op 21 april 1925 te Amstelveen, legde zijn eerste gelofte af in de Congregatie van de Oblaten van Franciscus van Sales te Nijmegen en werd op 18 juli 1951 in Tilburg door de Missiebisschop van Namibia Mgr. Klemann tot priester gewijd. Op 6 juni 1952 vertrok hij als Missionaris naar Namibia.Op 11 juni 2006 is hij te Mariental, Namibia, overleden en op 17 juni 2006 te Keetmanshoop begraven.
    Nico groeide op in het kleine dorpje Nieuwer-Amstel in een gezin van 10 kinderen. Vader en moeder hadden een boerderij en verhuisde kort na de geboorte van Nico met het gezin naar een melkhandel “Nooit Gedacht”. Nico volgde de lagere school, was misdienaar en koorzanger. Hij wilde graag missionaris worden en vertrok op 12 jarige leeftijd, naar Tilburg, het Missiehuis Ave Maria, kleinseminarie van de Oblaten van Franciscus van Sales. Op 6 juni 1952 vertrok hij met de boot naar Kaapstad en werd zijn droom om missionaris te worden werkelijkheid. Zijn eerste plaats was Keetmanshoop, daarna Mariental en Tses.
    Van 1976 tot 1999 was hij 22 jaar lang werkzaam in Heirachabis, de eerste vestiging van de Oblaten in Namibia. Naast de zielzorg voor Heirachabis en een aantal staties, had hij, samen met de Oblatenzusters de zorg voor een internaat en school om kinderen uit de ver afgelegen boerderijen de mogelijkheid tot onderwijs te bieden. Hij had ook het beheer over duizenden hectares grond. Dit waren zijn beste jaren. Hij hield van zijn mensen, sjouwde van ’s morgens tot ’s avonds. Leefde in alle eenvoud, zeer sober, vroeg niets voor zichzelf. Zijn leven werd gedragen door een groot geloof, trouw aan de kerk en zijn oversten, bad dagelijks zijn brevier en vierde de eucharistie. Elke donderdag reed hij naar Karasburg deed er zijn inkopen en ontmoette er zijn medebroeders. Af en toe kwam hij op vakantie bij zijn zus Tiny in Amstelveen en genoot ervan. Meestal liet hij die vakanties samenvallen met het wereldkampioenschap voetballen, hij volgde dan alle wedstrijden. Hij was op zijn familie gesteld, maar ging weer graag terug, zijn thuis was in Namibia. In 2002 vierde hij temidden van zijn familie en medebroeders zijn gouden priesterfeest en vorig jaar heeft hij in familiekring zijn 80ste verjaardag mogen vieren. Toen al gaf hij aan dat dit zijn laatste keer was, het was als het ware zijn afscheid van zijn dierbare zus Tiny en zijn familie.
    Dankbaar was hij voor alles wat zijn zus en het thuisfront van de parochie voor hem hebben gedaan.
    De laatste jaren was hij in Keetmanshoop en vanaf 2001 in Mariental. Hij was daar rector van het klooster van de MSC zusters. De laatste tien dagen van zijn leven is hij door hen liefdevol verzorgd en is daar overleden.
    Het is zoals Franciscus van Sales zegt: “God haalt naar zich toe, wat hij heeft geplant in zijn tuin. Hij neemt niets buiten het seizoen”.
    Moge Nico verder leven in God's liefde.